Wat is de dood?
Is de dood een gebeurtenis, of een proces?
Zie je de dood als een gebeurtenis of een proces? In ons dagelijks leven zien we de dood meestal als een gebeurtenis. Een laatste ademhaling, laatste hartslag, een begrafenis.. Veel blijft dan buiten beschouwing. Wat gebeurde er voor de laatste ademhaling, daarna, daar omheen en hoe gaat het dan verder? Wat als we de dood zien als sociaal proces? Wordt de dood als gebeurtenis dan minder ongrijpbaar?
De Franse socioloog Robert Hertz publiceerde in 1907 een artikel over de dood als proces: ‘We denken allemaal dat we weten wat de dood is, omdat het een bekende gebeurtenis is die intense emoties oproept. Het lijkt zowel belachelijk als heiligschennis om de waarde van deze intieme kennis in twijfel te trekken en de rede te willen toepassen op een onderwerp waar alleen het hart competent is.’ En vervolgens deed hij precies dat.
Hertz deed zijn sociologische onderzoek bij de Dayak op Borneo en introduceerde het idee van een liminale fase, een overgangsfase, tussen de biologische dood en ‘definitieve’ dood waarin de sociale orde van een gemeenschap wordt hersteld na het verlies van een naaste. Bij de Dayak (en destijds op de meeste plekken ter wereld) was er sprake van een eerste begrafenis direct na de biologische dood en vervolgens, na een overgangsfase, een tweede, definitieve begrafenis.
Hertz benoemde drie categorieën die nauw met elkaar verbonden zijn die in deze periode een transformatie ondergaan:
Het lijk, de ziel en de nabestaanden
De transformatie begint met het stoppen van de adem, het stoppen van het hart. Voor het dode lichaam begint dan een tumultueuze periode waarin de zachte delen vergaan. Bij de Dayak werd het lichaam tijdens deze fase ondergebracht in een tijdelijk onderkomen diep in het bos. In andere culturele gemeenschappen, bijvoorbeeld in Australië, werd een lichaam in de takken van een boom gelegd.
Zoals het vlees zich losmaakt van de botten, zo moet het individu zich losmaken van de fysieke gemeenschap. De ziel van de overledene is in deze periode zoekend. Niet langer onderdeel van het fysieke leven, nog niet aangekomen op de nieuwe plek van bestemming, doolt de ziel rond.
De transitie van lichaam en geest van de overledene is nauw verbonden met het proces van de naasten. Zij houden door het uitvoeren van rituelen en gebruiken boze geesten op afstand die met het lijk aan de haal willen en proberen de dolende ziel gerust te stellen. Tegelijkertijd moeten zij oppassen niet zelf door de kwade geesten of de ziel ‘besmet’ te raken. Deze periode wordt gekenmerkt door zorgen voor de dode enerzijds en loslaten anderzijds.
In deze periode staan de nabestaanden buiten de gevestigde sociale orde. Net als de dode zelf, bevinden ook zij zich in een liminale fase. Ze staan op de drempel van de ene naar de andere fase, bijvoorbeeld van getrouwde vrouw naar weduwe.
Een definitief afscheid
Wanneer het lichaam een nieuwe vaste vorm heeft gekregen, wanneer alleen nog de botten over zijn, kan het tweede afscheid plaatsvinden. Bij deze gelegenheid krijgen de botten een definitieve rustplaats, mag de ziel het land van de voorouders betreden en wordt de liminale status van de nabestaanden opgeheven om hernieuwd onderdeel uit te maken van de gemeenschap.
Hertz laat in zijn verhaal de rituele stappen zien waarmee een sociale groep zichzelf herstelt na verlies. Daar is vooral tijd voor nodig. Hertz: ‘We kunnen onszelf er niet toe brengen om de overledene meteen als dood te beschouwen: hij is te veel onderdeel van onze substantie, we hebben te veel van onszelf in hem gestopt. Deelname aan hetzelfde sociale leven schept banden die niet in één dag verbroken mogen worden.’
Hertz schrijft dat de dood een tijdelijke uitsluiting is van het individu uit de samenleving. In deze periode transformeert de dode van de samenleving van de levenden naar de samenleving van de doden. Rouw, zegt Hertz, is de noodzakelijke deelname van de nabestaanden aan dit proces die daarin hun eigen transformatie doormaken. Door dit pijnlijke proces te voltooien kan een samenleving ‘met herwonnen vrede zegevieren over de dood.’
Prachtig. En wij? Hoe doen wij dat? Vrede vinden en zegevieren over de dood? Het antwoord kan niet als een grote verrassing komen: wij doen iets met spullen.
Spoken in spullen
Antropoloog Shannon Lee Dawdy onderzocht de Amerikaanse booming business op het gebied van ‘spullen’ waarin de as van overledenen zit verwerkt. ‘Spullen’ staat tussen aanhalingstekens omdat die spullen vaak op een bepaalde manier de overleden persoon worden. Ze zitten ergens tussen een object en subject in. Dawdy: ‘Deze onduidelijkheid is wat de objecten zo krachtig maakt. Het zijn geesten in de vorm van spullen.’
Ze interviewt bijvoorbeeld Dean, die een procedé heeft ontwikkeld waarmee hij van de as van iemand een diamant kan maken. Diamonds are forever krijgt een heel nieuwe betekenis. Een gelukkige klant zegt op de website: ‘Mijn oma zal voor altijd bij me zijn. Wanneer ik naar het altaar loop, wanneer ik een mooie reis maak.. Jullie hebben me de kans gegeven om dingen te doen die ik eerder niet meer zag zitten, omdat ik het niet zonder mijn oma wilde doen.’
Of Dusty, die schilderijen schildert van overleden personen waarbij hun as in de verf zit verwerkt. Hij vertelt over hoe de kleur en de structuur van de as van persoon tot persoon verschilt. Die individuele eigenschappen probeert hij in elk portret goed door te laten komen. De portretten zijn niet alleen afbeeldingen, in de huiskamers van nabestaanden worden ze de overleden persoon, post mortem.
As biedt wat dat betreft onbegrensde mogelijkheden. In de hit-serie Modern Family krijgen broer Mitchell en zus Claire ruzie over wie ‘mom’ krijgt: haar as is verwerkt in de kluit van een boom en iemand moet ‘haar’ in de tuin planten. Mitchell wil haar niet te dichtbij hebben, ‘because I don’t want to spend the next twenty years whispering.’ Claire neemt uiteindelijk de taak op zich.
Wat wil dit alles zeggen? Dat deze spookachtige spullen een armzalig commercieel antwoord zijn van een geïndividualiseerde samenleving op het ontbreken van gemeenschappelijke rituelen die het leven en de dood betekenis geven in een groter verhaal over de zin van het leven? Mij best. Maar interessanter is het idee om de dood van nu af aan te zien als een proces en niet langer als een op zichzelf staande gebeurtenis. Dan kunnen we naar het hele verhaal kijken: hoe gaat iemand dood, wat gebeurt er daarna met de dode en wat gebeurt er met de mensen er omheen? Hoe herstellen zij hun uit het lood geslagen evenwicht?
In de woorden van Hertz: “Het laatste woord moet bij het leven blijven: de overledene zal opstaan uit de greep van de dood en terugkeren in precies die vorm waar mensen in vrede mee verder kunnen leven.”



