Terug bij Start
Als De Dood bestaat een jaar... Hoera!?
‘Nu ik ouder word, zoek ik naar een ‘volwassener’ omgang met de dood,’ schreef ik in mijn eerste post. En? Ben ik er al?
Laat ik de eerste zijn om toe te geven dat de oogst wat mager is. Ik schreef tien artikelen, kreeg als reactie daarop eenenzestig hartjes en zeven comments, waarvan mijn ouders een aanzienlijk deel voor hun rekening namen (dank mam, pap!).
Wat ik in die eerste post nog niet met zoveel woorden opschreef, is dat ik zélf als de dood ben. Een reden daarvoor is de plotselinge dood van mijn oudere zus Melanie, ruim zesentwintig jaar geleden. Ik was toen achttien. Het gebroken hart van gemis is na al die jaren geheeld tot een dierbaar litteken. Maar als de dood ben ik nog steeds.
Mij was impliciet beloofd dat mijn naasten minstens tachtig zouden worden. Ik ben me helemaal het leplazerus geschrokken toen bleek dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Wanneer je dat weet, kun je het niet meer niet weten.
Je kunt het wel wegdrukken. Als ik een afspraak heb met mijn man en hij is wat laat en ik zie voor me hoe hij op het asfalt ligt terwijl een tram zijn lichaam in tweeën rijdt, knijp ik mijn ogen dicht en schud mijn hoofd. ‘Ah, gelukkig, daar is ie.’ En door.
Een jaar geleden zegde ik mijn baan op om een boek te schrijven over onze onhandige omgang met de dood. Op mijn leeftijd, met ouders die richting de tachtig gaan en kinderen die steeds verder weg fietsen, zie je die kleine hoekjes overal. Ik zou aan de hand van antropologische boeken aan jou, mijn lieve lezer, uitleggen hoe we met de dood om dienen te gaan. Om mezelf gerust te stellen.
Interessant genoeg heeft het proces waar ik in zit iets van sterven. Ruim een jaar geleden was ik nog iemand, directeur van een stichting met anderhalve fte, maar toch. Ik had een functie. Ik kreeg een salaris gestort als bewijs van kennis en kunde die wat waard was. No more. Ik ben terug bij Start en land telkens op dat vakje met die put, waarbij je dan weer van voren af aan moet beginnen.
Relatief natuurlijk, dat weet ik ook wel. En soms, als ik in die put naar beneden val en bijna denk ‘laat maar,’ komt er een idee. Het idee voor dit stukje of een nieuw hoofdstuk in mijn boek. Of er is een vriendin die de slappe lach krijgt van mijn loser verhalen waardoor ik er zelf ook om moet lachen. Ik haal diep adem en dat voelt dan als leven.
En dus, lieve lezer, misschien is er geen antropoloog die ons uit kan leggen hoe het zit en hoe we de kwetsbaarheid van ons bestaan moeten dragen. Misschien gaat het om oog hebben voor de kracht van het leven, nieuwe suggesties en invalshoeken die opborrelen, juist als het donker is.
Vrolijk pasen y’all en dank voor het lezen van deze stukkies het afgelopen jaar!


Dank voor dit prachtige 'stukkie'! Heel herkenbaar.
X Marion
Schat, ik ging aan mijn bureau zitten voor mijn belasting, kreeg ik dit... wat ben je dapper., en hoe verwoord jij wat heel velen denken, bang voor zijn en voelen. Ik sowieso. Maar niet opschrijven. Recht in mijn hart. M