’Die pacemaker moet eruit, anders ontploft die in de oven’
REPORTAGE Op pad met overledenenverzorgers van Uitvaartservice De Haan
‘Ik moet zijn wonden verzorgen voordat we hem in zijn kist leggen. Anders gaat het lekken en dat ruikt niet prettig,’ zegt overledenenverzorger Richelle eufemistisch. Ze stelt voor de overleden man voor de zekerheid in een lijkzak in zijn kist te leggen. Als Richelle op het punt staat de eerste blaar door te prikken, veins ik behulpzaamheid en ren nog net niet de kamer uit om de zak te gaan halen.
Overledenenzorg is een vak apart waar we niets van weten. We kennen alleen de uitvaartverzorger, die de overledenenverzorger inhuurt. De meesten van ons komen pas kijken als iemand netjes ligt opgebaard. Met gekamde haren en gevouwen handen. Na overlijden geven we de regie direct uit handen aan een uitvaartondernemer (en gaat de teller lopen). Maar een beetje kennis van hoe het gaat en wat er gebeurt, helpt om te bepalen wat je wil. Je kunt het nou eenmaal niet nog eens over doen. En daarom, zo vlak voor allerheiligen, een dag uit het leven van overledenenverzorgers.
© foto’s Ronald Goedheer
Het is half 9, dinsdagmorgen. Een glimmende zwarte Audi rijdt het parkeerterrein op van Uitvaartservice de Haan in Uitgeest. Uitvaartverzorger Kitho de Haan (22), zoon van oprichter van het bedrijf Peter de Haan, stapt uit. Roze Niketrui, crèmekleurige bodywarmer, blikje Red Bull in de hand. ‘Goeiemorgen!’
Vijf minuten later rijdt een vrachtwagenchauffeur zijn wagen achteruit de loods in. Hij brengt een nieuwe voorraad doodskisten. Kitho klimt op een vorkheftruck om de lading naar zijn plek te brengen. We zetten de kisten rechtop achter elkaar, op type gesorteerd: populierenhout, grenen, eikenhout. ‘Ik wist vroeger zeker dat ik dit werk nooit zou doen. Mijn vader was altijd aan het werk: zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag. Niks voor mij, dacht ik.’
‘Niet vanwege het werk zelf. Mijn broers, zus en ik zijn opgegroeid met overledenenzorg. Toen mijn vader het bedrijf nog aan huis had, speelden we verstoppertje in de rouwkamer. Mijn vader had een verzorgingsruimte en koeling in de schuur. Ik vond dat nooit eng. Pas toen mijn vrienden grappen maakten over de rouwauto waarmee mijn vader bij de voetbal kwam kijken, begreep ik dat anderen zijn werk gek vonden.’
‘Zijn twee handen waren intact’
‘Toen ik anderhalf jaar geleden terugkwam van een poosje in het buitenland, had ik geen werk. Ik begon hier met rouwritten. Nu doe ik de financiën en verzorg ik overledenen. Ik ben niet snel onder de indruk van viezigheid. Alhoewel, een tijdje geleden had ik een treinspringer. Die kwam binnen in een gesealde lijkzak; daar is niks meer aan te verzorgen. Toen belde de uitvaartleider of ik wilde zoeken naar de trouwring. Ik moest even slikken toen ik die zak openritste. Maar zijn twee handen waren nog intact dus ik kon meteen zien dat de ring er niet was.’
‘Koffie?’ Kitho gaat voor me uit de trap op naar het kantoor op de eerste verdieping. Daar zit zijn broer Hayo (20), die sinds acht maanden de planning van vader Peter heeft overgenomen. ‘Ik heb dezelfde kronkel in mijn hoofd als hij. Hetzelfde gevoel voor wie je op welke melding af stuurt. En ik raak niet gestrest als er vier meldingen tegelijk binnenkomen.’
Aan de grote tafel in het kantoor zit overledenenverzorger Richelle (40) uit Hoorn aan de koffie. Ze heeft een blauwe broek en een blauwe blouse aan met een blauw vestje eroverheen: het uniform van De Haan. ‘Idee van mijn vader,’ vertelt Hayo. ‘Als je binnenkomt in een driedelig zwart pak met een das durven mensen niet tegen je te praten. Blauw is toegankelijker. Dan kunnen we familie makkelijker bij de verzorging betrekken, als ze dat willen.’
Hayo krijgt een melding binnen van een overleden man in een verzorgingstehuis in Santpoort. Hij stuurt Richelle erheen. We laden de kist die de nabestaanden hebben uitgekozen (een Hoogland 565, massief populierenhout met katoenen bekleding) in een van de vier bestelbusjes die De Haan heeft rondrijden en gaan op weg.
De Haan werkt in opdracht van uitvaartondernemers. Van de 2655 uitvaartondernemers in ons land is zeventig procent zzp’er. Zij organiseren de uitvaart en besteden diensten zoals verzorging, vervoer en koeling uit. De Haan heeft vijftien mensen in dienst om gemiddeld 200 overledenen per maand te verzorgen.
Richelle werkt nu vijf jaar voor De Haan en doet de zorg het liefst met familie erbij. ‘Mensen vinden het eerst spannend, ze hebben geen idee. Ik nodig ze uit. ‘Wil je haar sok aan doen?’ Voor je het weet doen ze alles zelf. En dan komen de verhalen. Ik luister. Ik ben maatschappelijk werker én chirurg. Als iemand bijvoorbeeld een pacemaker heeft, haal ik ‘m eruit. Die ontploft anders in de crematieoven.’
‘Dag pap’
In Santpoort komen we via de gangen van het verzorgingshuis aan bij de kamer van de overleden man. Familie zit rustig te praten naast het bed waarin hun vader ligt. ‘Gecondoleerd’ zeggen we en schudden handen. De dochter van de man en haar partner willen helpen met de verzorging.
Richelle slaat het dekbed open en onthult zijn magere, verschrompelde lichaam. Urinegeur vult de kamer. Zijn onderarmen, onderbenen en voeten zijn bedekt met enorme blaren, gevuld met pus. ‘Dat komt door slechte doorbloeding’, legt zijn dochter uit. Ze kust de ingevallen wangen van haar vader en strijkt over zijn haar.
Richelle laat de blaren leeglopen, verzorgt en verbindt zijn wonden. Dan tillen we hem uit zijn bed. Behoedzaam leggen we hem in de kist. ‘Willen jullie zelf sluiten?’ vraagt Richelle. Dat willen ze en dus wachten wij op de gang terwijl de kinderen en hun partners afscheid nemen van hun vader. Met elkaar begeleiden ze de kist naar buiten en schuiven hem in het busje. Zijn zoons duwen de achterklep dicht. ‘Dag pap.’
Terug in Uitgeest schuiven we aan voor de lunch met een aantal collega’s van Richelle. Voor Romy (24) is overledenenzorg een vanzelfsprekende keuze. ‘Het is een mooi vak. Als mensen zeggen: “Oh! Het is weer precies mijn moeder”, weet je dat je je werk goed gedaan hebt.’ Ze praat nauwelijks met leeftijdsgenoten over wat ze doet. ‘Mensen om me heen vinden het shockerend. Ik neem ze daarin niet serieus. Ze weten niets over wat wij doen en hoe het gaat. Dat is jammer. Als iemand komt te overlijden en je weet met hoeveel zorg en respect wij met mensen omgaan, verzacht dat je verdriet een beetje.’
© foto’s Ronald Goedheer
‘Dit werk moet je passen als een oude jas,’ zegt Peter (58), de oprichter van Uitvaartservice de Haan en de vader van Kitho en Hayo. Zo ging het bij hem ook. Hij was begin dertig toen de lokale uitvaartvereniging in Uitgeest hem vroeg of hij wilde bijspringen als drager. ‘Die vereniging was al honderd jaar oud en de meeste dragers ook. Echte kraaien. “Wij komen uw vrouw ophalen,” zeiden ze dan. Ik ging eerst even aan tafel zitten bij de weduwnaar. Koffie drinken, over zijn vrouw praten. En dan vragen hoe hij zelf de verzorging van zijn vrouw zou willen.’
‘Sinds die tijd is er veel veranderd. Uitvaartleiders zijn opener geworden. Er is meer ruimte voor persoonlijke wensen. Dat is goed. Tegelijkertijd komen al die keuzes met een prijskaartje. Een uitvaart kost nu makkelijk tienduizend euro. Hoe kan Jan met de pet hier uit de straat dat betalen? Er wordt misbruik gemaakt van de emotie van het moment. Zeker niet door allemaal, maar het gebeurt wel.’
‘Stel oma overlijdt om negen uur ‘s ochtends. Dan zit de uitvaartleider twee uur later voor je neus met een kistenboek. ‘Oh, kost die negenhonderd euro? Nou, ‘t moet maar.. Voor oma.’ Alsof je niet van oma hield als je een goedkope kist uitkiest? Ook dat eerste oriënterende gesprek met een uitvaartleider kan zo een paar duizend euro kosten, zonder dat mensen zich daar bewust van zijn. Je maakt keuzes op een moment dat je hoofd daar niet naar staat. Gewoon omdat iedereen het zo doet. Vroeger zorgde je buren voor de uitvaart, voor niks.’
Krom, scheef, vies en raar
‘s Middags verzorgen Richelle en ik een overleden vrouw op de locatie van De Haan in Amsterdam-Noord. We rijden haar op een brancard van de koeling naar een verzorgingsruimte en tillen de vrouw op een roestvrijstalentafel. Richelle beweegt haar onderarmen een paar keer heen en weer zodat de lijkstijfheid versoepelt. Ze trekt haar blauwe pyjama met een beer erop uit. Met schoonmaakdoekjes in de vorm van een washand wassen we haar lichaam. Ze krijgt een ‘inco’ - een luier - aan voor mogelijke ontlasting en daarna kleden we haar aan met de kleding die haar familie heeft meegegeven. De linker sok heeft een gat en er zit een witte vlek op de revers van het zwarte jasje.
Richelle concentreert zich op haar gezicht. ‘Je moet de mond goed schoonmaken, anders wordt die snel zwart.’ Ze moet een beetje wrikken om haar mond open te krijgen. Vervolgens haalt ze het ene na het andere gaasje door de mondholte met nog een enkele bruine tand. Wanneer zouden haar tanden voor het laatst gepoetst zijn?
De familie heeft toestemming gegeven voor een hechting waarmee Richelle de mond sluit. Ze steekt zelfverzekerd naald en draad via de kin en de onderlip naar het verhemelte, door naar de neusholten en weer terug de mondholte in, waar ze de twee touwtjes aan elkaar knoopt. Dan doet ze de oogkapjes in. Ze trekt een ooglid omhoog en plaatst een plastic kapje met kleine haakjes aan de bovenkant op de oogbol. Ze sluit het ooglid dat vervolgens door de haakjes gesloten blijft. Door de hechting en de oogkapjes behoudt haar gezicht de herkenbare trekken. Richelle sprayt wat droogshampoo in de haren en kamt ze in model. ‘Zo, vrouw.’
Terug in Uitgeest loop ik langs kantoor en vertel over de gele aanslag in de mond en de wonden met pus van eerder op de dag. Peter is niet onder de indruk. ‘De dood is niet mooi. Misschien bij euthanasie, als iemand weet wat er gaat gebeuren, maar dat zijn uitzonderingen. Meestal is de dood krom, scheef, vies en raar.’
‘Ik verzorg overledenen zodat ze er rustig bij liggen, zo veel mogelijk herkenbaar zoals ze waren. In de dagen die volgen verandert het lichaam. Iemand verkleurt een beetje, begint misschien te ruiken. Dat natuurlijke proces helpt om afscheid te nemen. Na een tijdje zie je dat je de kist moet sluiten. Hoe verdrietig ook, je moet iemand laten gaan.’
Inmiddels staat de volgende generatie klaar om het bedrijf van Peter over te nemen. ‘Ze doen het goed samen. Kitho doet de verzorging met respect en oog voor detail. Hij is daarin zo gegroeid. En ik sta te kijken met hoeveel rust en empathie Hayo de meldingen oppakt, met zijn twintig jaar.’ Hij slikt iets weg. ‘Trots? Ja, dat ben ik. Maar zo zitten wij niet in elkaar, dat je dat uit. Ik moet het leren om dat hardop te zeggen.’
‘Het is een mooi bedrijf en ook daar ben ik trots op. Tegelijkertijd mag de zorg voor overledenen ook wel wat meer bij het gewone leven gaan horen. Vroeger wist de buurvrouw wat er moest gebeuren hè. Dat zou wel meer terug mogen komen. Dat die zorg voor elkaar op het eind er gewoon bij hoort.’
PS.
Het is wat rustiger op mijn substack, zodat ik tijd heb om te werken aan wat langere stukken. Dit stuk stond afgelopen zaterdag in het Noord-Hollands Dagblad.






Ik kende het stuk al, maar vind het weer geweldig. Trots op je! Xxx Mam
Fantastisch en fascinerend stuk. Indrukwekkend om te lezen hoe iets waar de meeste van ons toch liever ver van weg blijven, met zoveel liefde en aandacht wordt uitgevoerd door de mannen van De Haan.