De dood is voor het Vaticaan een moment van kracht
Paus Franciscus is overleden. De NOS zond een livestream uit van zijn opbaring in de Sint Pietersbasiliek. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden.
Het college van kardinalen heeft zich opgesteld voor de kist met het dode lichaam. Ik zie de vermiljoenrode mantels (die symboliseren dat deze mannen hun bloed zullen geven voor de kerk), de rode hoofddeksels en al het goud dat blinkt. De camerlengo (de pauselijke PA) leidt een korte dienst waarin hij woorden van troost voorleest uit de bijbel, waarop de kardinalen de hymne Salve Regina zingen. Wat is de kerk hier goed in, de dood. Wat voor ons simpele zielen vaak een periode van shock en vertwijfeling is, is een moment suprême voor de katholieke kerk. Wat doen zij beter?
In principe staat er met de dood van een paus veel op het spel. Hij is de ‘plaatsbekleder van Christus op aarde’ en vertegenwoordigt ‘het hoogste geestelijke gezag’, de opperste wetgevende én rechterlijke macht (Donald Trump, eat your heart out). De paus, il papa, is de ‘vader’ van 1.3 miljard katholieken. In potentie brengt zijn dood de stabiliteit van het instituut in gevaar. Om dat risico uit te bannen is de dood van de paus al eeuwenlang een goed georkestreerd drama, een verhaal met een happy end: een nieuwe paus.
We weten precies hoe dat gaat. De paus wordt opgebaard zodat mensen afscheid kunnen nemen (en zien dat hij écht dood is). Daarna volgt de uitvaart. Hoe, wat en waarom zo, dat heeft hij ver van tevoren bepaald.
Na de uitvaart verzamelen de circa 135 kardinalen met stemrecht zich voor het conclaaf. In de Sixtijnse Kapel vergaderen ze net zo lang tot een nieuwe paus met meerderheid van stemmen is gekozen. Als ze eruit zijn, komt er witte rook uit de schoorsteen van die beroemde kapel. De nieuwe paus, de nieuwe plaatsbekleder van Christus op aarde, verschijnt op het balkon van de Sint Pietersbasiliek. Een mensenmenigte juicht, de orde is hersteld, alles is goed.
En wij dan? Ik ken verder niemand met 1,3 miljard volgers, maar we moeten onszelf ook niet onderschatten. Ook onze dood slaat een gat en brengt de stabiliteit van de mensen om ons heen in gevaar. Welke rituelen slepen ons door de eerste schok heen? Wat kunnen we samen zingen? Welke groep mensen buigt zich over hoe het verder moet? Onze dood heeft door het ontbreken van een script eerder iets weg van een ongecontroleerde ramp dan van een voorgekookt dramatisch verhaal met goede afloop.
De dood is de enige zekerheid die we in het leven hebben en toch bereiden we ons er slecht op voor. Omdat de dood in ons dagelijks leven afwezig is, blijft hij abstract. ‘Ooit, op een dag, ik regel het dan wel.’ Ter verdediging, wij seculiere stervelingen in een kapitalistische samenleving hebben niet veel om ons aan vast te houden. We hebben geen morele kaders om ons te verhouden tot hartzeer fundamenteler dan, laten we zeggen, lange wachtrijen op Schiphol. Dat geeft te denken.
En tegelijkertijd, scenario of niet, de praktijk is weerbarstig. In het Vaticaan heeft inmiddels de eerste kardinaal zich gemeld die off script gaat. Kardinaal Becciu mag niet meestemmen in het conclaaf omdat hij is veroordeeld voor corruptie, maar hij vecht dat nu aan. Plot twist! En in ons eigen ritueel-arme bestaan is er altijd wel iemand die iets doet, een verpleegkundige die iets zegt of een buurman die met lasagne op de stoep staat, waardoor je voelt dat de wereld op een dag niet meer op zijn kop zal staan.
De komende dagen kunnen we ons in ieder geval laven aan het drama in het Vaticaan en - wie weet – inspiratie opdoen.




