De dood is politiek, maar niet politiek genoeg
Over rouw als basis voor actie
Het waren indrukwekkende beelden. Duizenden mensen met dikke mutsen op en sjaals om, protesterend door de besneeuwde straten van Minneapolis bij temperaturen van min negenentwintig graden. Ze demonstreerden tegen de aanwezigheid van de meedogenloos gewelddadige Amerikaanse handhavingsdienst ICE, die illegale migranten moet opsporen en uitzetten. Twee stadsgenoten werden doodgeschoten. De rouwende demonstranten troffen doel: Trump trok ICE terug. Tot nu toe de enige keer dat hij zich liet bewegen, niet door markten, maar door mensen.
De meesten van ons zien rouw als een privé-aangelegenheid. Iets dat je thuis doet, als je met rouwverlof bent, om vervolgens ‘de draad weer op te pakken.’ Maar de politieke kracht van rouw is groot. Het verdriet van een gewonde gemeenschap, levert een ongekend saamhorige en vastberaden groep mensen op, zoals de inwoners van Minneapolis lieten zien. Waarom maken we daar niet meer gebruik van?
De kracht van rouw is een bekend probleem voor menig autoritair bewind. Om die reden houden dit soort regimes de lichamen van overleden tegenstanders geregeld vast, of geven die alleen vrij onder strikte voorwaarden, zoals je geliefde ‘s nachts begraven; een beperkt aantal aanwezigen toelaten bij het afscheid, en geen opnames maken. Dit in een poging om collectieve rouw niet uit te laten monden in collectief politiek protest.
Antropoloog Suhad Daher-Nashif deed onderzoek naar de Israelische praktijk van het vasthouden van lijken van gedode Palestijnse demonstranten na de Al-Quds opstand in 2015, ‘om te voorkomen dat de begrafenissen van deze mensen een viering van het martelaarschap worden en/of geweld tegen Israël.’ Lichamen werden bewaard in koelcellen en alleen vrijgegeven onder eerder genoemde voorwaarden, plus het betalen van ‘borg’ als garantie voor het nakomen van de voorwaarden, á vijfhonderd dollar.
Daher-Nashif interviewde de familieleden van de overleden gevangenen en beschrijft hoe de rouwende families hun lot aan elkaar verbonden. Een vader aan het woord: ‘Death became part of our daily life; we became 18 families; this distracted me from my own trauma and [I] felt that it was a trauma for the whole community. We began to create pressure to get the corpses back.’ De rouwenden zetten een tent op in de buurt waar ze elkaar steunen in hun verzet tegen de voorwaarden die de Israëli’s hebben gesteld voor het terugkrijgen van hun geliefden. Dezelfde vader: ‘After 45 days of waiting I couldn’t stand it anymore. I couldn’t work. One Thursday we received the news that they would release them the next day, Friday. They chose that day because a snowstorm was expected.’
Het vasthouden van lijken is een overtreding van het internationaal recht. Staten zijn verplicht de (religieuze) uitvaartrituelen van naasten te respecteren. De Israelische regering ging met bovenstaand beleid ook tegen een uitspraak van het eigen Hooggerechtshof in.
Is de dood en rouw als privé-aangelegenheid dan een luxe? Of hebben we met een individualistische beleving van de dood in onze samenleving een krachtige bron van politieke gemeenschap en actie laten varen?
Dood, verlies, rouw is de enige zekerheid in het leven, de enige ervaring die we allemaal delen. Filosofe Judith Butler beschrijft in haar boek Precarious Life, the powers of mourning and justice, de unieke aard van rouw. Geen enkele andere ervaring laat ons voelen hoezeer we met elkaar verbonden en afhankelijk van elkaar zijn. De dood van een geliefde slaat ons uit het lood. Het proces van heling is rauw en onvoorspelbaar, voor iedereen. Let’s face it, we are undone by each other, zegt Butler.
Rouw, het diepe besef van de kwetsbaarheid van ons bestaan, zou daarom juist de basis van politieke gemeenschap moeten zijn en de oorsprong van ethisch handelen, bepleit Butler. Niet alleen vanwege de zorg die we van baby tot bejaarde voor elkaar zouden moeten dragen, maar ook vanwege het risico dat de woede van een ander mijn leven verwoest, zoals het toenemend aantal oorlogen laat zien. Omdat verlies verpletterend is, moeten we de risico’s van het bestaan gelijkwaardiger verdelen zodat de kans op rouw eerlijker verdeeld wordt.
Wanneer we het gebroken hart dat op de dood volgt als uitgangspunt nemen, zouden we dan accepteren dat zelfmoord de voornaamste doodsoorzaak is van jongeren onder de dertig? Dat onze regering miljarden uittrekt voor leger en wapens zonder net zoveel miljarden uit te trekken voor diplomatieke kracht?
Judith Butler schreef haar boek ten tijde van de Amerikaanse War on Terror, de oorlogen die volgden op de aanslagen van 9/11. Kan de wond van aangevallen worden en de rouw die erop volgt, leiden tot iets anders dan wraak, wil Butler weten. If we are interested in arresting cycles of violence to produce less violent outcomes, it is no doubt important to ask what, politically, might be made of grief besides a cry for war.
Om niet direct de tegenaanval in te zetten, spoort Butler ons aan om de tijd te nemen om te reflecteren op je pijn en je vervolgens afvragen: wie lijdt er nog meer? Hoe komt dat? Hoe hebben we de risico’s van ons kwetsbare leven verdeeld?
Iemand die die boodschap heeft begrepen, is de vijfentwintigjarige Noa. Toen ze negentien was, pleegde haar vader suïcide en drie jaar later deed haar toen eenentwintigjarige broer Nathan hetzelfde. Tijdens het afscheid van Nathan haalt Noa uit naar de privatisering van de GGZ. ‘De meeste mensen in de GGZ doen hun best, maar ze zitten vast in een slecht systeem. Mijn vader en broer hebben onnodig geleden.’ Op de vraag naar wat haar omgeving voor haar kan betekenen, is Noa ook duidelijk: ‘Zorg dat hier verandering in komt. Spreek je uit tegen onrecht. Teken petities, verander beleid, stem op een politieke partij die zich hiervoor hard maakt. Ga van mijn part op de A12 staan. Vraag wat vaker aan elkaar hoe het gaat. Voor Nathan is het te laat maar er zijn miljoenen mensen die lijden. Ter nagedachtenis aan mijn broertje trek ik met woede en veel liefde ten strijde.’
Laat Noa een voorbeeld zijn.



Heel mooi, Ber! dank voor dit stukje ❤️